Actuele crisisplannen voor gas en elektriciteit in de maak


LEESTIJD: 7,5 MIN

Op 27 maart 2015 werden Noord-Holland en Flevoland getroffen door een grote stroomstoring. Zo’n miljoen huishoudens zaten zonder elektriciteit, duizenden treinreizigers strandden, mensen kwamen vast te zitten in liften, het vliegverkeer van en naar Schiphol ondervond last, op de weg werd het verkeer verrast door niet-werkende stoplichten en matrixborden en de bediening van bruggen en sluizen raakte ontregeld. In de getroffen steden en dorpen werden extra politieagenten, brandweerlieden en particuliere beveiligers opgetrommeld om chaos te voorkomen.

Als samenleving zijn we enorm afhankelijk van elektriciteit. De storing in Noord-Holland en Flevoland, een gevolg van een technisch mankement in een hoogspanningsstation, was met een uur verholpen. Je moet er niet aan denken dat zo’n storing langer duurt. Een tekort aan gas is evenmin een prettig vooruitzicht, zeker op een koude winterdag. Omdat we zo afhankelijk zijn van deze energiebronnen is het van groot belang te voorkomen dat we zonder komen te zitten. En mocht dat toch gebeuren, dan is het belangrijk om de maatschappelijke gevolgen op te vangen en Nederland handelingsperspectief te bieden. Daarom wordt nu gewerkt aan herziening van de crisisplannen voor gas en elektriciteit en de omvorming naar landelijke crisisplannen.

Bij levering van gas vinden regelmatig kleinere storingen plaats, bijvoorbeeld doordat bij graafwerkzaamheden een leiding wordt geraakt. Tot nog toe is er van een landelijke gascrisis geen sprake geweest; de gasleveringszekerheid is door de winning in het Groningenveld altijd vanzelfsprekend geweest. Nu de winning steeds verder wordt afgebouwd, is het van belang om ook goed voorbereid te zijn op een (dreigend) tekort aan gas.

Vrijdag 27 maart 2015 was de grootste stroomstoring ooit in Nederland. In een hoogspanningsstation van TenneT in Diemen onstonden de problemen waardoor grote delen van Noord-Holland en Flevoland soms urenlang zonder stroom zaten.

Foto Dingena Mol / Hollandse Hoogte

‘Als veiligheidsregio’s bereiden we ons voor op crises die op ons afkomen, ook waar het gaat om crises op het gebied van gas en elektriciteit. Een verstoring in de voorziening van gas of elektriciteit leidt al snel tot allerlei cascade-effecten en bij langdurige uitval tot maatschappelijke ontwrichting. In het verleden is gebleken dat stroom- of gasuitval al snel tot opschaling in de crisisstructuur leidt. Bij zo’n crisis trekken we als veiligheidsregio’s samen op met de rijksoverheid, als één crisisorganisatie. Daarom is het belangrijk dat we ook in de voorbereiding samen deze crisisplannen vormgeven.’

Arjen Littooij, directeur Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, portefeuillehouder namens de RCDV en Stuurgroep NCP Gas en Elektriciteit

Actualiseren en verbinden

Natuurlijk hebben het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), landelijke en regionale netbeheerders en veiligheidsregio’s hun eigen crisisplannen, draaiboeken en procedures voor gas en elektriciteit. Deze plannen zijn gericht op het voorkomen en oplossen van een onderbreking van levering van elektriciteit of een (dreigend) tekort aan gas. Een landelijk crisisplan (LCP) focust op de beheersing van de maatschappelijke effecten in brede zin en legt de verbinding tussen de verschillende publieke en private organisaties die bij een crisis betrokken zijn. Een netwerk van partners moet in tijden van crisis nauw met elkaar samenwerken. Dat vraagt een gedegen voorbereiding met goede afspraken. Een LCP voorkomt dat er gaten ontstaan tussen plannen van verschillende organisaties voor dezelfde crisis. Belangrijk daarbij is dat een LCP een landelijke werking heeft, voldoende houvast biedt en tegelijkertijd voldoende ruimte en vrijheid geeft aan regionale invulling.

De bestaande crisisplannen voor gas (LCP-G) en elektriciteit (LCP-E) zijn toe aan flinke actualisering omdat de wereld van gas en elektriciteit voortdurend in ontwikkeling is. Een belangrijke factor daarbij is de energietransitie. Met windmolens en zonnepanelen worden we voor de elektriciteitsproductie meer afhankelijk van weersomstandigheden. Ook al is de leveringszekerheid komende jaren geborgd, in de toekomst moet dat ook het geval zijn. Het aandeel zon- en windenergie neemt immers toe, waarbij de gevolgen van langdurige windstilte en gebrek aan zon ook steeds groter worden.

Een andere factor die steeds meer aan belang wint, is het feit dat levering van gas en elektriciteit vitale processen zijn: uitval of verstoring heeft vrijwel onmiddellijk effecten op de andere vitale processen in ons land en kan dus binnen korte tijd tot maatschappelijke ontwrichting leiden.

‘Gas en elektriciteit zijn van essentieel belang voor de maatschappij. In beide crisisplannen wordt aangegeven hoe grote verstoringen door de energiesector en de overheid samen aangepakt worden om de gevolgen voor de maatschappij zo goed mogelijk te beheersen.’

Wim Borghols, Principal Advisor Asset Management bij Gasunie

Snel inzicht en houvast

Een LCP biedt op hoofdlijnen snel inzicht in de afspraken op landelijk niveau over de beheersing van een (dreigende) crises. Er zijn crisisplannen voor allerlei onderwerpen, bijvoorbeeld voor verstoringen van de digitale infrastructuur, luchtvaartongevallen, stralingsincidenten en hoogwater. In een LCP wordt antwoord gegeven op de volgende vragen:

  1. Wat zijn de belangrijkste mogelijke (in)directe gevolgen en effecten?
  2. Welke maatregelen zijn nodig om de gevolgen en effecten te voorkomen of te beheersen?
  3. Welke partijen zijn betrokken c.q. nodig voor een adequate aanpak van de crisis?

Een LCP beschrijft de crisisaanpak op rijksniveau, de samenwerking en aansluiting met betrokken publieke en private partners en netwerken op regionaal en internationaal niveau. In het plan staat een uitwerking van de effecten, maatregelen, sleutelbesluiten en dilemma’s die aan de orde kunnen zijn. Een LCP is bedoeld voor medewerkers, leidinggevenden en bestuurders van alle organisaties die betrokken kunnen zijn bij een bepaalde crisis. De plannen worden gebruikt als basis voor crisisoefeningen en zijn een uitwerking van het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming.

‘Een nationale gas- of elektriciteitcrisis is gelukkig erg zeldzaam. Daarom is het ook belangrijk dat de collectieve kennis en ervaring van de netbeheerders én betrokken overheidsorganisaties is vastgelegd in het NCP-G en het NCP-E.’

Sebastiaan Barlagen, Security and Crisis management Advisor bij TenneT

Scenario’s

Er zijn veel scenario’s denkbaar als het gaat om (grootschalige) verstoringen binnen het elektriciteitsdomein. Veel scenario’s zijn te herleiden naar drie basisscenario’s die beschreven zijn in de Nationale Risicobeoordeling (NRB). Er is daarom gekozen om in het LCP-E aan te sluiten bij deze bestaande scenario’s en deze waar nodig te actualiseren en aan te vullen. Het gaat om een (langdurige) verstoring elektriciteit, een landelijke black-out en een moedwillige verstoring. Een vierde scenario ‘Dunkelflaute’ (een periode met gelijktijdig vrijwel geen zonlicht en wind) is toegevoegd om mogelijke toekomstige effecten van de energietransitie mee te nemen en het plan daarmee toekomstbestendig te maken.

De scenario’s in het LCP-G komen overeen met de scenario’s in het Bescherm- en Herstelplan Gas (BHG) dat de minister van EZK in 2019 naar de Tweede Kamer stuurde. Het betreft stroomuitval in Groningen, importproblemen door politiek-bestuurlijke onrust, groot tekort aan conversie Ommen, leidingbreuk laagcalorisch gas en leidingbreuk hoogcalorisch gas. Overigens voorziet het BHG alleen in de maatregelen die de minister van EZK bij een (dreigend) tekort aan gas kan nemen. Het LCP is bedoeld om de bredere maatschappelijke effecten van een tekort aan gas op te vangen.

Voor beide plannen geldt dat elk scenario specifieke kenmerken bevat die bepalend zijn voor het verloop (o.a. de voorziene hersteltijd), de ernst en reikwijdte van de effecten (o.a. het seizoen waarin het incident plaatsvindt) én de benodigde crisisbeheersing.

Als gevolg van de grote stroomstoring op 27 maart 2015 strandden reizigers op Schiphol. Omdat de treinen niet meer rijden proberen reizigers de bus te nemen.

Foto Dingena Mol / Hollandse Hoogte

‘De leveringszekerheid van gas en elektriciteit is heel hoog in Nederland. Voor het geval zich toch een grootschalige storing voordoet, is het belangrijk dat alle betrokken partijen elkaar goed weten te vinden en de maatschappelijke effecten zo goed mogelijk opgevangen worden. Hier dragen de LCP’s aan bij.’

Leo van Malland, Crisismanager directoraat-generaal Klimaat en Energie

Onderlinge afhankelijkheid gas en elektriciteit

De winning van gas en de productie van elektriciteit kennen een zekere onderlinge afhankelijkheid. Zo is een kwart van de elektriciteitscentrales in Nederland gasgestookt en is voor de winning van gas elektriciteit nodig. Toch is gekozen voor twee aparte crisisplannen, omdat een gascrisis qua besluitvorming een andere dynamiek kent dan een elektriciteitscrisis. Doordat de hoeveelheid gas in het gassysteem als buffer werkt, is er bij een (dreigend) tekort aan gas nog enige tijd om keuzes te maken en voorbereidingen te treffen. Bij een elektriciteitscrisis is deze tijd doorgaans niet beschikbaar. Om toch zoveel mogelijk samenhang in beide plannen te realiseren, is ervoor gekozen om beide plannen tegelijkertijd op te stellen, waarbij ook de onderlinge afhankelijkheid tussen gas en elektriciteit wordt meegenomen. Ze hangen met elkaar samen, maar kennen geen onderlinge hiërarchie.

Wie doet wat

Het rijksbrede Directeurenoverleg Crisisbeheersing (DOCB) - waarin ook de veiligheidsregio’s en de vitale infrastructuur zijn vertegenwoordigd - is opdrachtgever van de LCP-G en LCP-E. De plannen worden opgesteld door een werkgroep met vertegenwoordigers van de meest betrokken ministeries (EZK, Justitie en Veiligheid, Defensie, Infrastructuur en Waterstaat en Volksgezondheid, Welzijn en Sport), de landelijke en regionale netbeheerders, politie, veiligheidsregio’s en het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC). Het traject wordt aangestuurd door een stuurgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de ministeries van EZK (directeur Elektriciteit), JenV (hoofd Nationaal Crisiscentrum), veiligheidsregio’s (directeur VR Rotterdam-Rijnmond als portefeuillehouder namens de RCDV), TenneT en Gasunie.

De crisisplannen worden -na afstemming in de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV)- op ambtelijk niveau geaccordeerd door het DOCB. De plannen worden uiteindelijk door de ministerraad vastgesteld en later dit jaar aangeboden aan de Tweede Kamer. Het ministerie van EZK en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zijn eigenaar van en verantwoordelijk voor beheer en actualisering van de crisisplannen gas en elektriciteit. Het ministerie van EZK beoordeelt jaarlijks in overleg met de NCTV en de betrokken organisaties of actualisering nodig is.

‘Met de snelle digitalisering en innovatie van economie en samenleving wordt de afhankelijkheid van elektriciteit en gas alleen maar groter. Bij uitval willen we de schade beperken en zo snel mogelijk terug naar ‘normaal’. Hiervoor is maximale samenwerking tussen alle (crisis)partners noodzakelijk. Daarom is het goed dat beide crisisplannen worden geactualiseerd.’

Gijs de Kruijff, hoofd Nationaal Crisiscentrum bij het ministerie van Justitie en Veiligheid

OOK INTERESSANT VOOR U:

Afbeelding doorklik naar artikel Turbulente jaren lijken eindelijk voorbij

‘Turbulente jaren lijken eindelijk voorbij’

Afbeelding doorklik naar Artikel Energie komt nu dichter bij onze leefomgeving

‘Energie komt nu veel dichterbij onze leefomgeving’

Afbeelding doorklik naar Kennishoek

Meer leren over veilige energietransitie?


deel deze pagina: