'Door voorop te lopen, kunnen we vaart maken'

LEESTIJD: 7,5 MIN

Versnelling van de energietransitie vergt grote technologische vernieuwingen. Om die op een veilige en verantwoorde manier mogelijk te maken en de energietransitie succesvol te laten zijn, slaan IFV en DNV de handen ineen. IJle Stelstra gaat in gesprek met Maurice Adriaensen van DNV. DNV – opgericht in 1864 in Noorwegen als Det Norske Veritas – is een onafhankelijke expert op het gebied van risicomanagement en kwaliteitszorg. Het bedrijf helpt organisaties om veiligheid en prestaties te verbeteren, bepaalt benchmarks in de branche en creëert en implementeert oplossingen voor wereldwijde transformaties.

Maatschappelijk draagvlak


Adriaensen: ‘De CO₂-emissies moeten naar nul in 2050. Dat betekent dat we naar een nieuw energiesysteem gaan met zon en wind in plaats van kolen en gas. Die transitie is in volle gang. Er gebeurt heel veel maar dat is nog niet altijd zichtbaar. Ga maar na: de realisatie van een gemiddeld windpark kost al snel 7 tot 8 jaar. De route naar 2030 is strak, maar voor versnelling is meer politiek en maatschappelijk draagvlak nodig.’

Stelstra: ‘Publiekscommunicatie is daarin belangrijk. Het is aan ons om te zorgen dat we goed communiceren over wat we doen en dat het ook veilig gebeurt. Je wilt voorkomen dat één incident (bijvoorbeeld met een buurtbatterij) straks zo wordt uitvergroot, dat dit het algehele draagvlak ondermijnt.’

Adriaensen: ‘Precies. Burgers moeten zich kunnen herkennen in de veiligheids- en omgevingsaspecten. Nederland staat in de top drie van landen met de meest betrouwbare elektriciteitsvoorziening. Dat willen we graag zo houden omdat er een nationale veiligheidscrisis ontstaat als de elektriciteitsvoorziening tijdelijk, zoals in 2015 voor een uur in Diemen, of langdurig wegvalt, zoals recentelijk in Texas. Dat betekent dat energie veilig moet kunnen worden opgewekt, opgeslagen en gedistribueerd.’

World electricity generation by power station type


Onderzoek, scenario's en testen


Adriaensen: ‘Je kunt de energietransitie op componentniveau bekijken, maar ook op systeemniveau. Stel dat in een parkeergarage onder een appartementengebouw straks 30 elektrische auto’s staan en 1 vliegt er in brand. Welk effect heeft dat op de andere auto’s, op het gebouw, op het systeem? Dat wil je aan de voorkant goed geregeld hebben, zodat bevoegd gezag geïnformeerde beslissingen kan nemen. Er is nu nog te weinig kennis en informatie over de impact van incidenten in grootschalige systemen.’

Stelstra: ‘We weten dat er veel meer bluswater nodig is bij brand in een elektrisch voertuig. Hoe doe je dat in zo’n parkeergarage met een vuurlast die serieus veel hoger is dan die van een gemiddelde benzineauto? Met sprinklers? Hogedrukleidingen? Veiligheid moet aan de voorkant – bij het maken van de plannen – worden geborgd. Maar dat zijn letters op papier. In de praktijk moet er getest worden, scenario’s worden ontwikkeld en normering en certificering plaatsvinden. Zodat we kunnen bewijzen dat accu’s veilig zijn. Van zonnepaneel tot buurtbatterij. Dan blijven we ook in die top drie.’

Adriaensen: ‘Als het gaat om veiligheid dan denk ik vooral aan de grootschalige toepassing van zonnepanelen en de instructies voor installateurs, maar ook aan de risico’s van grote buurtbatterijen en nieuwe energiedragers zoals waterstof. Dat vereist gedegen toegepast onderzoek. Als DNV zijn wij betrokken bij een aantal pilots, maar over de gehele linie gebeurt er nog te weinig en te veel verdeeld.’

‘Er is nu nog te weinig informatie over de impact van incidenten in grootschalige systemen’


Stelstra: ‘Wij doen het ook op beperkte schaal, maar vaak nog traditioneel. Er moeten middelen en mogelijkheden komen om zo’n Tesla van €100.000 daadwerkelijk in brand te kunnen zetten. Of om te oefenen met een waterstofauto met een brandstoftank waar 800 bar druk op staat. Dat kost veel geld, maar het levert veel veiligheidskennis op om uiteindelijk tot massaproductie te kunnen komen. Als de grootschalige producenten van batterijen uit bijvoorbeeld China in Europa een voet aan de grond willen krijgen, dan moeten ze aan de strenge Europese normen voldoen. Ook zij hebben er een enorm belang bij.’

Adriaensen: ‘En dus biedt het ook grote economische kansen als we als Nederland voorop lopen in standaardisatie. Een voorbeeld is het Battery Safety Lab waar we in samenwerking met Twente Safety Campus en de Veiligheidsregio Twente aan werken. Dit is een terrein met een testcentrum en laboratorium waar we samen met de brandweer elektrotechnische aspecten, maar ook de brandveiligheid van batterijen in alle soorten en maten kunnen testen en normeren.’

Stelstra: ‘We moeten de samenleving echt meer duidelijk maken waarom we dit doen en er ook vanuit verschillende maatschappelijke stromingen naar kijken. Het is meer dan transitie. Het is transformatie. De Duitsers noemen het ‘Die Wende’, dat vind ik treffend. Het moet van ons allemáál zijn. Overheden, energienetbeheerders, met elkaar moeten we de beweging gaan inzetten. Maar we bespeuren bij stakeholders toch nog terughoudendheid. “Gaat veiligheid niet ten koste van het tempo?”, vroeg men zich af. Nee! Als veiligheid aan de voorkant goed is geborgd, zórgt veiligheid voor tempo.’

Adriaensen: ‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat hebben we gezien in Zuid-Korea, dat voorop loopt als het gaat om buurtbatterijen. Toen enkele batterijen in vlammen opgingen, kelderde het draagvlak. Het was duidelijk dat men op het gebied van veiligheid niet in control was; een serieus probleem dat leidde tot jaren vertraging in de energietransitie.’

Samenwerking


Stelstra: ‘De samenwerking met DNV is relatief pril, maar voelt wel heel natuurlijk. De samenwerking krijgt ook steeds meer vorm dankzij een kernachtig, krachtig programma met een heldere ambitie: in 2050 is de energietransitie gerealiseerd zonder grootschalige uitval, zonder energiecrises en zonder maatschappelijke ontwrichting.’

Adriaensen: ‘Wat ik sterk vind is dat we in het programma rekening houden met veiligheidsissues. We gaan die tegenkomen. Daar bereiden we ons op voor en we willen er maximaal van leren om herhaling te voorkomen.’

Stelstra: ‘Onze kennis levert overzicht op en zetten we in om toepasbare richtlijnen op te stellen waar de industrie en de samenleving mee verder kunnen. We willen beiden impact maken in een veilige versnelling van de energietransitie door kennis op te bouwen. Maar de ontwikkelingen gaan enorm snel. Als brandweerman knipte je vroeger een auto open met als grootste risico een klappende airbag. Met een elektrische auto staat er zo'n 400 tot 800 volt op, bij nieuwe auto’s inmiddels al meer. Hoe beter wij samenwerken, des te beter en sneller kunnen we anticiperen op de technologische ontwikkelingen en kennis delen met degenen die de plannen maken.’

Adriaensen: ‘Die ontwikkelingen leggen ook een grote druk op het bevoegd gezag dat vergunningen moet afgeven om de energietransitie mogelijk te maken. Dat moet wel op basis van goede informatie, dat wil zeggen met gevalideerde data en een onafhankelijke interpretatie daarvan. Wij zijn als kennisinstituten samen bij uitstek de betrouwbare stem voor geïnformeerde besluitvorming over de gehele veiligheidsketen, van beleid tot vergunningsverlening.’

Stelstra: ‘De energietransitie is een grote puzzel. Die moeten we met elkaar leggen en om dat te kunnen doen is onze samenwerking hard nodig. En die moet nog verder uitgebreid worden. Bijvoorbeeld met partners uit onderzoek, maar ook met het onderwijs dat nu de ingenieurs en werktuigbouwkundigen van morgen opleidt. Er zijn meer partijen nodig die aanhaken.’

Adriaensen: ‘Sommigen willen direct aanhaken, anderen wachten liever eerst even wat af. Alles mag. Met het programma van IFV en DNV spreken wij in elk geval heldere taal: wij willen voorop lopen, in de overtuiging dat als wij vaart maken, de rest wel meekomt. Die energietransitie gaat sowieso gebeuren. En er gaan ook incidenten plaatsvinden, dat is inherent aan elke transitie. Die incidenten gaan we omzetten naar ‘learnings’ om weer te kunnen verbeteren.’

‘Wij willen voorop lopen, in de overtuiging dat als wij vaart maken, de rest wel meekomt’


Voorop lopen


Adriaensen ‘De energietransitie biedt enorm veel kansen, maar ook bedreigingen. Die impact is enorm. Door je goed voor te bereiden op de risico’s, kun je daarop acteren door kansen te signaleren en bedreigingen tijdig te adresseren. De komende tientallen jaren moeten de 4 grootste energienetbeheerders €100 miljard investeren in het elektrificeren van de maatschappij. We hebben nu niet eens voldoende mensen om dat werk te doen.’

Stelstra: ‘We zullen mensen uit het buitenland nodig hebben voor die opgave. Ook daar moeten we meerstemmig worden. De energietransitie is een mondiaal vraagstuk dat om mondiale oplossingen vraagt. Je zult zien dat er ook een internationaal netwerk komt van experts en werknemers. Ik denk dat daar echt een rol voor onze kennis en kunde is weg gelegd.’

Adriaensen: ‘Daar liggen inderdaad kansen. Nederland is een van de 3 landen die heeft verboden dat er na 2030 nog nieuwe auto’s met een fossiele verbrandingsmotor worden verkocht. De kennis die we opdoen over laadinfra, veiligheid, kunnen we ook exporteren. We participeren in internationale normencommissies en de voorzitter van de The Federation of the European Union Fire Officers Associations (FEU) komt uit ons land. Als Nederland hebben we echt wel wat te brengen en voor andere landen valt er bij ons echt wel wat te halen. Maar het moet wel in balans zijn. Duitsland heeft in de ‘Energiewende’ lang voorop gelopen. Omgerekend heeft elk huishouden ongeveer €1.000 betaald om die te financieren. De transitie hebben ze wel degelijk gemaakt, maar door het afschakelen van kerncentrales is er meer gebruik gemaakt van alternatieven als bruinkool, steenkool en biomassacentrales waardoor er in diezelfde periode nog geen CO₂-reductie is gerealiseerd. De afwegingen zijn valide, het verhaal daarachter moet nog wel goed uitgelegd worden.’

Stelstra: ‘Als je in Nederland gecertificeerd bent, heb je mondiaal een goed product. Zo zien buitenlandse producenten en investeerders dat ook. Wij blijven de innovatiedelta van Europa.’

Adriaensen: ‘Kijkend naar de energietransitie zit Nederland in een unieke situatie. Wij lopen als land voorop in het elektrificeren van de samenleving. We gaan van het aardgas af, het aantal windmolens op de Noordzee wordt de komende negen jaar vertienvoudigd om waterstof te kunnen maken. De hele wereld heeft straks behoefte aan die kennis. Hoe wij veilig en verantwoord energie converteren om de maatschappij draaiend te houden, kunnen we de komende decennia mondiaal te gelde maken. Dat is goud waard.’

Omarmen


Stelstra: ‘Zoals we in het begin al vaststelden: er gebeurt heel veel op dit moment. Vaak – letterlijk – ondergronds, buiten het zichtveld van de gemiddelde burger. Ik zou andere partijen zoals parlement, provincies, gemeenten, dan ook willen uitdagen om draagvlak te behouden en te blijven communiceren, met name op het gebied van maatschappelijk rendement en het exporteerbaar maken van kennis. Dan slaagt de energietransitie.‘

Adriaensen: ‘Omarm het, zou ik willen zeggen. De energietransitie is in volle gang en gaat hoe dan ook gebeuren. Identificeer de risico’s en ga ze managen om die risico’s om te draaien in een kans.’

Maurice Adriaensen Market area manager Benelux & Israel voor business area Energy Systems, DNV

IJle Stelstra Algemeen directeur van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Foto's DNV

OOK INTERESSANT VOOR U:

image

‘Energie komt nu veel dichterbij onze leefomgeving’

image

Innovatie: ver weg en ook heel dichtbij

image

Meer leren over veilige energietransitie?


deel deze pagina: