‘Energie komt nu veel dichter bij onze leefomgeving’

LEESTIJD: 7 MIN

Op 1 juli 2021 dienen 30 regio’s hun regionale energiestrategieën (RES) in. Hier hebben ze de afgelopen twee jaar hard aan gewerkt. De optelsom van al deze plannen draagt eraan bij dat Nederland aan het Klimaatakkoord van Parijs gaat voldoen. Twee hoofdrolspelers zijn Kristel Lammers, directeur Nationaal Programma Regionale Energie Strategie, en Antoin Scholten, burgemeester van Venlo en voorzitter van de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Een gesprek over draagvlak, samenwerking en veiligheid.

49% minder CO₂-uitstoot in 2030 dan in 1990, hier tekende Nederland voor toen het akkoord ging met de klimaatafspraken van Parijs. Een van de gevolgen is dat we met zijn allen de opwekking van duurzame energie op land moeten verhogen naar 35 terawattuur in 2030. Momenteel leggen 30 energieregio’s de laatste hand aan hun eerste plannen over hoe zij aan dit nationale klimaatdoel hun steentje kunnen bijdragen. 1 juli moeten die plannen, RES 1.0 genoemd, ingediend worden. Kristel Lammers is directeur van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie. Een “tussenorganisatie” tussen het landelijk en de regionale en lokale niveaus die ondersteunt, kennis deelt en verbindt, zoals Lammers het zelf omschrijft. Op dat lokale en regionale niveau is Antoin Scholten actief als burgemeester van Venlo en voorzitter van de Veiligheidsregio Limburg-Noord.

‘Die verbinding leggen, is een van onze taken. Zodat er op bestuurlijk en ambtelijk niveau gesprekken ontstaan en kennisuitwisseling plaatsvindt. Ook pakken we knelpunten op.’

Stevigere samenwerking

‘Wij steunen de regio’s bij het opstellen van hun energieplannen. Ze kunnen bij ons terecht voor kennis, rekenmodellen, procesondersteuning en met hulpvragen over de RES.’ Lammers wijst erop dat de RES-regio’s pas zo’n twee jaar bestaan. De eerste tijd zijn zij bezig geweest om elkaar te leren kennen, spelregels af te spreken, onderzoek te doen naar wat technisch gezien kan en te ontdekken wat duurzame energie-opwekking vraagt in de balans tussen participatie, ruimte en het energiesysteem. En dan gaat het niet alleen om de gemeenten binnen een regio, maar ook om andere partijen zoals waterschappen, provincie, netbeheerders, inwoners, energiecoöperaties en het bedrijfsleven. Zo telt de RES-regio Noord- en Midden-Limburg naast vijftien gemeenten inderdaad ook diverse maatschappelijke instellingen en bedrijven. ‘De onderlinge samenwerking verloopt goed’, zegt Scholten tevreden. ‘Wat daarbij scheelt is dat wij al op meerdere manieren samenwerkten. Onze RES-regio bestrijkt bijvoorbeeld hetzelfde gebied als de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Ik vind dat we samen een goede verdeling hebben gemaakt tussen zonneparken, windturbines en andere kleinschaligere manieren van energieopwekking. We hebben er ook niet naar gekeken alsof het 15 gemeenten zijn, maar alsof het 1 gebied is en naar wat in dit gebied dan de optimale plek is voor bijvoorbeeld windmolens.’

‘De samenwerking wordt inderdaad steeds steviger’, vult Lammers aan. ‘In de regio’s zelf maar ook tussen buurregio’s. Die verbinding leggen, is een van onze taken. Zodat er op bestuurlijk en ambtelijk niveau gesprekken ontstaan en kennisuitwisseling plaatsvindt. Ook pakken we knelpunten op. Die lossen we op door gesprekstafels te organiseren. Zoals bijvoorbeeld over netcapaciteit, zon op daken beter mogelijk maken en hoe we met energie en de nabijheid van natuur omgaan. Zo wordt er gezamenlijk gewerkt aan hoe iets wél kan.’ Tot twee jaar geleden was vooral het Rijk aan zet. Zo wees het de plaatsen aan waar windturbines en zonneweides moesten komen. Dat leidde tot veel onrust. Er was landelijk aanvankelijk dan ook de nodige scepsis of de 30 energieregio’s dit wel konden en of dat snel genoeg zou gaan. Lammers: ‘Nu zien we dat die scepsis onnodig was. Er zijn veel stappen gezet en de plannen voor zover ik die nu kan overzien, zijn goed. We lijken de doelstelling te kunnen gaan halen. Daar mogen de regio’s trots op zijn, we zijn samen ver gekomen in de afgelopen twee jaar.’

Draagvlak creëren

Maar het is ook spannend, want zonder betrokkenheid en draagvlak in de samenleving wordt die doelstelling niet gehaald. Op sommige plaatsen was en is er fel verzet tegen de plannen. Vooral tegen de plaatsing van megawindturbines. Scholten: ‘Sommige van onze maatregelen zijn onomstreden. Bijvoorbeeld zonneparken en het winnen van warmte uit de rivier de Maas. Maar worden er grote windmolens in de buurt van woningen gepland, dan komen mensen in opstand. En dat kan gevolgen hebben voor de haalbaarheid van de energietransitie.’ In Scholtens eigen Venlo zette de gemeenteraad vlak voor de verkiezingen een streep door een groot windmolenpark op een bedrijventerrein op de linkeroever van de Maas, aan de overkant van de stad Venlo. Daar wilde de Provincie Limburg niet van horen en dus gaf ze de gemeente een aanwijzing. Nu komen de windturbines er hoogstwaarschijnlijk toch.

Volgens Lammers is er een duidelijk verschil met de afgelopen decennia. ‘Energie komt nu voor veel mensen veel dichter bij hun leefomgeving. Tot nu toe hebben twee provincies voor ons de kastanjes uit het vuur gehaald: Limburg met de steenkool en Groningen met het aardgas. Bij duurzame energie-opwekking moeten we allemaal ons steentje bijdragen. En iedere regio, dorp of stad heeft daarbij zijn eigen mogelijkheden. Al lopen de standpunten hierover ver uiteen. Je ziet dit niet alleen terug in de energietransitie, maar ook bij andere zaken als corona of het vertrouwen tussen burger en overheid. Het gesprek vindt te weinig in dialoogvorm plaats. Wederkerigheid in openheid en nieuwsgierigheid mis ik weleens. Ik hoop dat we met zijn allen die dialoog aangaan. Want we doen dit met een reden. We willen ons land op een goede manier aan onze kinderen doorgeven.’

Scholten heeft goede hoop. ‘Vooral onder jongeren merk je dat ze doordrongen zijn van de noodzaak. Maar ook in het algemeen snapt een meerderheid dat het om meer gaat dan alleen mondiale afspraken en EU-regels. Mensen hebben het besef dat als we niks doen Nederland voor pakweg de helft onder water komt te staan. Maar het feit blijft dat als je de energietransitie enorm gaat voelen in je portemonnee, dat toch weer een stevige discussie oproept. Wat in een grensgemeente als Venlo ook meespeelt, is dat wij van het aardgas af moeten. Terwijl ze net over de grens in Duitsland een groot aardgasnet aanleggen als alternatief voor bruinkool. Dat vraagt om uitleg wil je het draagvlak behouden.’

Toch is Scholten ervan overtuigd dat er voldoende draagvlak te creëren valt. ‘Je krijgt mensen mee als je hen laat meeprofiteren van duurzame energieopwekking in hun omgeving. Maak ze mede-eigenaar. Daarnaast moet je als overheid en dan met name als rijksoverheid wel betrouwbaar zijn. Wat niet helpt, is als je eerst subsidieregelingen verzint en er vervolgens op terugkomt. De saldering bij zonnepanelen is een goed voorbeeld. Als je daarmee stopt, ben je niet betrouwbaar voor burgers. En dat is niet goed voor de bereidheid van burgers om te investeren in duurzaamheid.’

Veiligheid gaat meer spelen

Scholten stipt nog een ander belangrijk punt aan dat voor draagvlak onder de bevolking kan zorgen: veiligheid. ‘Het speelt nu nog minder, maar in de toekomst gaat het dat zeker doen. Mensen gaan zich afvragen wat voor risico’s ze lopen als er achter hun tuin een waterstoftank komt te staan of als er in de wijk een accu voor energieopslag wordt geplaatst. Het is noodzakelijk om erover na te denken wat voor een effect dit heeft op de veiligheid. Dit is een taak van de veiligheidsregio, maar het staat nog in de kinderschoenen. Voor een deel leren we met schade en schande wat de veiligheid van de energietransitie inhoudt. Maar zeker in woonwijken moet je vooraf nadenken over wat veilig is. Zo heeft het ook een tijdje geduurd voor we er achter kwamen wat voor risico’s er verbonden waren aan LPG-tankstations in een woonomgeving.’

‘Zeker in woonwijken moet je vooraf nadenken over wat veilig is. Zo heeft het ook een tijdje geduurd voor we er achter kwamen wat voor risico’s er verbonden waren aan LPG-tankstations in een woonomgeving.’

Zowel Lammers als Scholten verwachten dat veiligheid veel meer dan nu aan bod zal komen in de realisatiefase van de energieplannen. Volgens Lammers speelt RES 1.0 zich voor wat betreft nieuwe ambities vooral af op beleidsniveau. ‘Voor veiligheid is deze fase vaak nog wat vroeg. Er zijn enkel gesprekken en er worden intenties uitgesproken. Concrete projecten zijn er nog niet. Voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is het denk ik belangrijk om alle inzichten op het gebied van veiligheid en energie te kennen, zodat zij die onder de aandacht van gemeenten kunnen brengen. Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat mensen die bezig zijn met veiligheid en de mensen die bezig zijn met energie elkaar automatisch vinden. Dat is geen onwil, maar meer dat mensen elkaar vooral spreken binnen het eigen taakveld. Hiertussen moet meer verbinding ontstaan. Die verbinding begint in de top, waar de lijntjes kort moeten zijn en bestuurlijke trekkers van de energietransitie en de bestuurders van de veiligheidsregio’s elkaar weten te vinden.’

Voor Lammers is het de komende jaren ook belangrijk dat innovaties niet in de weg worden gestaan door randvoorwaarden en eisen die nu gelden. ‘Veiligheid mag je bijvoorbeeld nooit uit het oog verliezen. Tegelijk moeten we met een open mind blijven kijken naar toepassingsmogelijkheden. Zodat nieuwe technieken op een goede manier in de samenleving landen.’

Scholten ziet wat veiligheid betreft een taak weggelegd voor kennisinstituten. Zij kunnen nu al mogelijke gevaren en risico’s in kaart brengen. Daarnaast gaan wat hem betreft veiligheidsdeskundigen meekijken bij de grote ontwikkelingen rondom de energietransitie. ‘Ik heb goede hoop voor de toekomst. Mensen weten dat de energietransitie nodig is. En het draagvlak kan groter worden als we door innovatie slimmer worden bij het reduceren van de CO₂-emissie.’ Ook Lammers heeft goede hoop. ‘Er is al veel gebeurd, we hebben veel goede stappen gezet. We moeten alleen niet onderschatten wat we voor 2030 nog op ons bordje hebben liggen. Het is een hele klus die we samen moeten klaren.’

Kristel Lammers Directeur Nationaal Programma Regionale Energie Strategie

Antoin Scholten Burgemeester van Venlo en voorzitter van de Veiligheidsregio Limburg-Noord

OOK INTERESSANT VOOR U:

Afbeelding doorklik naar artikel door voorop te lopen kunnen we vaart maken

‘Door voorop te lopen, kunnen we vaart maken’

Afbeelding doorklik artikel naar actuele crisisplannen voor gas en elektriciteit in de maak

Actuele crisisplannen voor gas en elektriciteit in de maak

Afbeelding doorklik naar RES website

Lees meer op de website van het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie.


deel deze pagina: