Klimaatadaptatie vereist duurzame verbindingen


LEESTIJD: 7,5 MIN

Sinds de watercrisis in Limburg is het voor het Waterschap Limburg, de veiligheidsregio’s Limburg-Noord en Zuid-Limburg, de gemeenten en IFV niet meer rustig geweest. Alle partijen zijn het er over eens dat een crisis als deze niet meer mag gebeuren. Dat het anders moet. Maar hoe? En wat moet er anders in de crisisbeheersing? IJle Stelstra (IFV) gaat in gesprek met dijkgraaf Patrick van der Broeck van Waterschap Limburg.

Van der Broeck: ‘De watercrisis in juli bestond feitelijk uit 3 crises achter elkaar. Eerst de enorme hoeveelheid regenwater in onze eigen regio. Daarna kregen we te maken met het water uit de omliggende regio’s in de Geul, Gulp en Roer. Tot slot was er de hoogwatersituatie in de Maas. Sinds de watercrises in 1993 en 1995 hebben we er hard aan gewerkt om Limburg hoogwaterveilig te krijgen. Maar dit waren ongekende hoeveelheden. Wij doen crisisoefeningen, waarbij we uitdagende situaties op elkaar ‘stapelen’, maar deze variant in deze omvang hebben we nog nooit meegemaakt. Laat staan dat we het ooit al hebben bedacht.’

Stelstra: ‘Als kennisinstituut voor crisisbeheersing en brandweerzorg beheren wij de landelijke voorraad strategische middelen. We oefenen al jaren op een scenario als dit. De zandzakken kwamen bij ons vandaan, we coördineerden samen met het LOCC en veiligheidsregio’s in het brandweeractiecentrum onder meer de Nationale Reddingsvloot. Het was onze taak om zo veel mogelijk capaciteit in de vorm van mensen, middelen én informatie op de juiste plaats te krijgen.’

Van der Broeck: ‘Ik wist niet dat jullie daar allemaal verantwoordelijk voor waren. Dat was mooi geregeld.’

Stelstra: ‘Dat was twee jaar geleden nog niet zo. Mede door Covid-19 weten we nu dat je sommige situaties niet meer lokaal kunt oplossen en meer op bovenregionale of landelijke schaal alle kennis en kunde moet prepareren. Niet alleen de hulpdiensten, het geldt ook voor informatiemanagement en netcentrisch werken.’

Patrick van der Broeck

Wake-upcalls


Van der Broeck: ‘Bij ons waterschap spelen we al jarenlang in op klimaatverandering. Dat doen we in regelgeving en normeringen voor berging en opvang van water, maar ook in ‘ruimtelijke adaptatie’. We kijken hoe we de omgeving kunnen gebruiken om gevolgen van klimaatverandering op te vangen. In 2018 viel er een bak regen in Meerssen. Toen is daar een paar miljoen euro in gestoken om buffers te vergroten en beken te verruimen. Goed besteed geld, natuurlijk, maar tegelijkertijd rees bij mij ook de vraag: hoe zit dat dan in Maastricht? In Gulpen? Ik maak wel eens de vergelijking met het Limburgse project Ooijen-Wanssum waarin we een oude Maasarm hebben hersteld en heropend. Ik kan me goed voorstellen dat dit een werkbare oplossing is voor bijvoorbeeld de Geul. Ruimtelijke adaptatie moeten we op een veel grotere schaal oppakken. Regionaal, of zelfs euregionaal. Daar hebben we nooit eerder over nagedacht.’

Stelstra: ‘Adaptatie is een goed woord. Ik zie daarin wel een parallel met crisisbeheersing. We hebben altijd op een bepaalde manier geoefend. Met oefenscenario’s probeer je de randen op te zoeken van wat er mogelijk is. We zien nu dat de realiteit voorbij alle oefenscenario’s gaat. Dus moet je vanuit crisisbeheersing op een heel andere manier gaan kijken. Ook dat vereist adaptatie: hoe kunnen mensen zich aanpassen aan de nieuwe situatie en welk handelingsperspectief kunnen we ze geven? Totdat de oude armen van de Geul zijn heropend, zoals jij vertelt, is nog een periode te overbruggen waarin klimaatverandering in een moordend tempo doorgaat. Hoe ga je dat samen oppakken? Dat was mijn ‘wake-upcall’.’

Van der Broeck: ‘De effecten van klimaatveranderingen worden veel sneller zichtbaar dan verwacht. Er moeten geen schepjes bij, maar scheppen. Het gaat nu niet snel genoeg.’

‘Ruimtelijke adaptatie moeten we op een veel grotere schaal oppakken. Regionaal, of zelfs euregionaal. Daar hebben we nooit eerder over nagedacht.’

Herbezinning


Van der Broeck: ‘In Limburg hebben we regelmatig de discussie gehad of die dijken wel zo hoog moesten. Dan is het fijn dat de minister de noodzaak ervan onderschrijft. Het politieke bewustzijn is er.’

Stelstra: ‘Bij de 25 voorzitters van de veiligheidsregio’s is dat er zeker ook. Ze spreken er regelmatig over. In het geval van dit hoogwater is er ook meteen in de politiek-bestuurlijke lijn opgeschaald om ervaringen te delen. De urgentie zit wel tussen de oren van kamer- en kabinetsleden, maar hoe ga je die omsmeden naar een collectieve urgentie?’

Van der Broeck: ‘Dat geldt op Nederlands niveau, maar zeker ook euregionaal. Onze provincie grenst voor 75% aan het buitenland. Dat vereist internationale afstemming en samenwerking. Dat gebeurt ook, bijvoorbeeld in het Grensmaasproject met België en in de Internationale Maascommissie. Allemaal mooi werk, maar clusterbuien en beekjes die van 2.000 liter aanzwellen tot 80 kuub per seconde, dat vereist een herbezinning van beleid. Daar komt veel bij kijken: het thema water raakt aan zo veel andere gebieden. Ruimtelijke ordening, biologie, natuur, landschap. Die integraliteit maakt het een uitdaging. We zullen veel gebiedsgerichter moeten gaan werken.’

Stelstra: ‘Dat zeg je mooi. Duurzame verbinding en samenwerking zijn componenten waar we ook een slag te maken hebben. Klimaatadaptatie is een langlopend vraagstuk over de grenzen van bestuurlijke termijnen heen.’

Van der Broeck: ‘Ga maar na: alleen al als je een dijk wilt bouwen, ben je zo 12 tot 15 jaar verder.’

Stelstra: ‘We hebben met het Hoogwaterbeschermingsprogramma een mooie ‘best practice’ in huis. De vraag is hoe we die ervaringen gaan omzetten naar de lessen die we te leren hebben in klimaatadaptatie en in het bijzonder de acute crises waar we even niet een dijk of een kering voor hebben.‘

IJle Stelstra

Evaluatie


Van der Broeck: ‘We zitten op dit moment midden in de afhandeling van schade aan onze systemen, zoals de buffers van de beken en boomstammen die in de weg liggen. In totaal waren er zo’n 800 schademeldingen. Die wilden we zo snel mogelijk wegwerken, om weer snel ‘in control’ te zijn. Nu breekt de tijd aan van nadenken wat we moeten doen om dit voortaan te voorkomen. Als waterschap evalueren we langs twee lijnen: toekomstgericht – ‘wat leren we hieruit voor nieuwe hoogwatersituaties’ – en systemisch: ‘hoe heeft het water nou gestroomd’. Het is een kunst om in de volle breedte van het veld aan te geven wat er dan moet gebeuren. Intern, maar ook richting de veiligheidsregio’s en daarboven op landsniveau. Nu was het Limburg, maar een volgende keer misschien wel Midden-Brabant of de Randstad.’

Stelstra: ‘Meestal verschijnt er een rapport, waar iedereen het mee eens is. Maar dan volgen mitsen en maren en tal van redenen om sommige zaken niet op te pakken of het rapport links te laten liggen. Ik denk dat het goed zou zijn om met virtuele evaluaties bestuurders bijna letterlijk te laten ervaren wat er gebeurd is. Als IFV zijn we met een aantal veiligheidsregio’s een ‘living lab’ aan het inrichten om nog dichter bij de echte crisispraktijk te komen.’

Van der Broeck: ‘Mooi! Vaak blijven we te technisch kijken. Maar dit soort gebeurtenissen hebben bij de getroffen mensen ook altijd een psychologisch effect. Een soort latente angst. Je zult maar in Valkenburg wonen en het water opeens 2 meter hoog in je huis hebben. Wat doet dat met je tijdens onweer of een volgende flinke bui? Die kant van een watercrisis, die moet je echt niet onderschatten.’

Stelstra: ‘Een van onze medewerkers is onlangs gepromoveerd op het belang van evaluatie en structurele borging van ervaringen. Dat gaat over alle niveaus: van weerbaarheid van mensen tot wat er landelijk nodig is om een vuist te kunnen maken tegen dit soort rampen.’

‘Als IFV zijn we met een aantal veiligheidsregio’s een ‘living lab’ aan het inrichten om nog dichter bij de echte crisispraktijk te komen.’

Damage control


Stelstra: ‘De voormalige Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer zei in zijn afscheidsrede dat we ons meer en meer moeten voorbereiden op het ergste, in plaats van op het gemiddelde. Ook in crisissituaties. Dat is de rek van het elastiekje waar we naartoe moeten werken.’

Van den Broeck: ‘Klopt. Beschermingsmaatregelen maken we nu voor gebeurtenissen die eens in de 250 jaar voorkomen. Maar in ’93 en ’95 ging het mis en nu hebben we een hoogwatersituatie gehad die zelfs omvangrijker was dan toen. Statistisch over de eeuwen heen zal het allemaal wel kloppen, maar in de praktijk hebben we dit nu 3 keer in 30 jaar meegemaakt. Waar gaan we de normen nu op vaststellen? Er is geen tijd te verliezen.’

Stelstra: ‘Die statistieken lopen niet in de pas met de snelheid en de onvoorspelbaarheid van de klimaatverandering. Met nieuwe modellen en nieuwe intelligentie moet er een nieuwe kansberekening komen.’

Van der Broeck: ‘De meest exponentiële verwachting wordt altijd overtroffen door een nieuwe. Als waterschap zitten we altijd aan het einde van een traject. Wij doen aan ‘damage control’. Maar hoogwater komt ergens vandaan. Clusterbuien ontstaan ergens door. Het is onze wettelijke taak om daartegen te strijden, maar voorkomen is beter dan het beperken van de schade. De echte opgave ligt aan de voorkant: hoe verhouden wij ons als mens tot de natuur. Dat is de echte mondiale opgave die we hebben.‘

Stelstra: ‘Daar ben ik het volledig mee eens. De voorkant is in dit geval het aanpakken van de oorzaken die leiden tot de situatie waar we nu middenin zitten. Er zijn veel duurzamere oplossingen dan het continu ophogen van dijken. Er is een andere manier van kijken nodig. Anders blijven we pleisters plakken totdat het midden in de winter wel een keer met windkracht 5 over de dijk klokt. Ook daar is politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid voor nodig.’

Van der Broeck: ‘Misschien klinkt het allemaal een beetje treurig, maar ik ben wel iemand van de blijde boodschap. Het mooie van dit verhaal is dat het allemaal in onze eigen cirkel van beïnvloeding zit. Ieder individu kan hier iets aan doen. Zonnepanelen leggen, minder met het vliegtuig, de regenpijp afzagen. Als het 5 voor 12 is, vinden mensen altijd wel weer een oplossing. Maar laten we vooral nu niet meer wachten tot het 2 voor 12 is.’

IJle Stelstra Sinds 2018 algemeen directeur van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Van 2008 tot 2016 was IJle achtereenvolgend Hoofd Voorbereiding Crisis- en Incidentbestrijding, sectormanager Expertise en Regie Brandweer Amsterdam Amstelland en van medio 2015 tot medio 2016 commandant van Brandweer Amsterdam Amstelland a.i. Op 1 september 2016 trad hij in dienst bij het IFV als directeur Brandweer. In die functie heeft hij bijgedragen aan de versterking van het IFV als de landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio’s in de volle breedte.

Drs. ing. P.F.C.W. Patrick van der Broeck Dijkgraaf/voorzitter bij het Waterschap Limburg en heeft als portefeuilles o.a. Strategie & communicatie, Crisisbeheersing en Internationalisering. Hij is commissievoorzitter Waterkeringen, Bestuur en Organisatie (WBO) en zit in het dagelijks bestuur van Waterschapsbedrijf Limburg.

OOK INTERESSANT VOOR U:

image

'Verdieping, preparatie, dialoog'

pagina onbeheersbaarheid natuurbranden

Onbeheersbaarheid natuurbranden neemt toe

pagina Rol veiligheidsregio's

Klimaatverandering wat is de rol van de veiligheidsregio's?


AANMELDEN:

Wilt u nieuwe edities van het Platform voor CrisisManagement per mail ontvangen? Meldt u zich dan aan!


DELEN:

deel deze pagina: