Netcentrisch samenwerken maakt crisisbeheersing sterker

LEESTIJD: 7 MIN

En plots was het hoogwater, nota bene in Zuid-Limburg. Terwijl de nieuwe waterwerken langs de Maas standhielden, werden dorpjes en stadjes in de dalen van het Heuvelland overspoeld. Met ernstige gevolgen voor bewoners en bedrijven. In al deze ellende was er ook nog een lichtpunt: de hulpdiensten wisten ondanks de zondvloed goed te blijven functioneren. Hierin speelde vooral het netcentrisch werken een belangrijke rol. Willem Treurniet, strategisch adviseur netcentrisch crisismanagement bij het IFV, Bart Janissen, vakspecialist crisisbeheersing bij Waterschap Limburg, en Joeri Kerkhoff, specialist informatiemanagement binnen de veiligheidsregio Zuid-Limburg, over de winst- en leerpunten van het nieuwe samenwerken.

De overstromingsramp in Zuid-Limburg was een zware test voor het netcentrisch werken. Deze werkwijze wordt door alle veiligheidsregio’s toegepast en daarnaast ook door veel andere organisaties betrokken bij de crisisbeheersing. In de oude situatie voordat het netcentrisch werken werd ingevoerd, wisselden de verschillende operationele teams situatierapporten uit. Op basis van die informatie probeerden de crisisbestrijders de situatie helder te krijgen en beslissingen te nemen. Maar deze manier van werken had als nadeel veel vertraging en ruis. Dankzij het netcentrisch werken is er veel verbeterd. Treurniet is tevreden: ‘De kracht blijkt duidelijk. Deze nieuwe manier van samenwerken levert veel tijdwinst en minder onduidelijkheden op.’

Netcentrisch werken

Wat houdt netcentrisch werken in? Alle bij een crisis betrokken partijen werken nauw samen om een actueel beeld van de situatie te schetsen. Dit beeld geeft de beschikbare informatie weer in zowel een samenvatting in tekst als een geografisch overzicht. Het actuele situatiebeeld is voor alle betrokken netwerkpartners een middel om oordelen te vormen en beslissingen te nemen. Om informatie uit te wisselen, wordt LCMS (Landelijk Crisis Management Systeem) gebruikt. Dit digitale platform wordt ontwikkeld en beheerd door IFV en wordt gebruikt door organisaties met een taak in de crisisbeheersing, zoals alle veiligheidsregio’s en vrijwel alle waterschappen. Netcentrisch werken steunt op 5 pijlers.

De 5 pijlers van netcentrisch werken


1. gemeenschappelijke werkwijze

2. de gedeelde basis van betrokkenen door dezelfde opleiding

3. gebruik van één systeem: LCMS

4. beheerders werken vanuit dezelfde basis

5. werken in een vast en vertrouwd netwerk van partners

‘Pas kort voor de ramp volgden onze medewerkers hun eerste training met LCMS. Het was een nieuwe werkwijze, maar het gemak van de informatie-uitwisseling met alle betrokken diensten bleek ook in de praktijk.’

De werkelijke waarde van de pijlers bleek in Zuid-Limburg. Crisisbestrijders zijn vertrouwd met de werkwijze en LCMS. Doordat ze dezelfde opleiding volgden, denken en werken ze langs gelijke lijnen. Het is daardoor geen enkel probleem om medewerkers uit het hele land in te vliegen om assistentie te verlenen. Treurniet: ‘De betrokken organisaties kennen elkaar ook goed. Er is een bestaand netwerk, telefoonnummers zitten overal in de mobieltjes. Dit maakt de lijnen kort.’ Kerkhoff beaamt dit: ‘De gedeelde opleiding helpt heel goed bij het vaststellen van het gezamenlijke situatiebeeld. Als veiligheidsregio zijn wij ook gewend om op deze manier te werken. Onze hele structuur is hierop ingericht. LCMS is onze manier om informatie te delen. Het is wel zo dat wij nog nooit een crisis van deze aard en duur hadden meegemaakt.’

Het Waterschap Limburg heeft tijdens de crisis ook de meerwaarde van LCMS ondervonden, ondanks dat de organisatie pas vrij recent op het systeem is aangesloten en zich formeel gezien nog in een proefperiode bevindt. Janissen: ‘Pas kort voor de ramp volgden onze medewerkers hun eerste training met LCMS. Maar dat heeft ons er niet van weerhouden om ermee aan de slag te gaan. Het was een nieuwe werkwijze, maar het gemak van de informatieuitwisseling met alle betrokken diensten bleek ook in de praktijk.’

portret van Willem Treurniet

Willem Treurniet

Besluitvorming ondersteunen met actueel beeld

Net als de veiligheidsregio kreeg ook het Waterschap Limburg ondersteuning van collega-waterschappen. Door de aard en omvang van de hoogwatercrisis was die zeer welkom. Zo sprongen informatiecoördinatoren uit heel Nederland bij om de Limburgse collega’s te ontlasten. En doordat allen vertrouwd zijn met het netcentrisch werken, konden ze zonder inwerken meteen aan de slag met het onderhouden van het actuele beeld.

Informatiecoördinatoren en -managers zijn er verantwoordelijk voor dat op elk moment een actueel beeld van de situatie beschikbaar is. Ze zorgen ervoor dat de beelden overeenkomen en dat tegenstrijdigheden eruit worden gehaald. Dat is belangrijk, want op basis van deze beelden worden besluiten genomen. Elk operationeel team beschikt over een informatiecoördinator of informatiemanager. Een andere functie is die van geografisch informatiemedewerker (GIM). Hij is verantwoordelijk voor het geografische beeld. Kerkhoff was tijdens de crisis vanuit de veiligheidsregio ‘GIM’er’. ‘In deze functie ondersteun je de beeldvorming in het operationele team en help je de informatiemanager het situatiebeeld te actualiseren. Bijvoorbeeld welke locaties zijn kwetsbaar als het water gaat stijgen.‘

Janissen: ‘Dit is heel belangrijke informatie. In het systeem kun je data van verschillende bronnen over elkaar heen leggen, zodat je een actueel en volledig beeld krijgt van de lokale situatie en mogelijke risico’s. Vroeger betekende dit heel veel bellen en mailen. Altijd bestond er het risico dat je informatievoorziening onvolledig was of dat je partijen in een mail over het hoofd zag. Nu heb je dus een centraal systeem waarin het beeld wordt beschreven, waar iedereen op elk moment in kan kijken. Dus iedereen gaat van hetzelfde beeld uit. Tegenstrijdigheden kunnen nog altijd voorkomen, maar door het centrale werken worden ze sneller opgemerkt en eruit halen.’

‘Onze les is dat er heel veel informatie binnenkomt. Zo kwamen op een gegeven moment vanuit diverse hoeken geluiden over een mogelijke dijkdoorbraak. Je moet dan als team je informatie continu blijven duiden en wegen en je vooral niet gek laten maken.’

Leerpunten en goede voorbeelden

Janissen: ‘Deze praktijkervaring was erg waardevol. Anders dan bij oefeningen, heb je in een echte crisissituatie toch andere aandachtspunten. Zo hebben we ervaren dat het beter is met een informatiemanager te werken. Elk team heeft een informatiecoördinator. Maar iemand moet de beelden van de teams samenvoegen tot een totaalbeeld en vooral de tegenstrijdigheden die er dan ontstaan, er uithalen.’

Ook voor de veiligheidsregio waren er naast de positieve zaken nog leerpunten. ‘Onze les is dat heel veel informatie binnenkomt’, zegt Kerkhoff. ‘Zo kwamen op een gegeven moment vanuit diverse hoeken geluiden over een mogelijke dijkdoorbraak. Je moet dan als team je informatie continu blijven duiden en wegen en je vooral niet gek laten maken.’ Tijdens de crisis bleek de nieuwe CoPI-bak in de praktijk erg nuttig te zijn. Vooral de 2 schermen met kaarten van Rijkswaterstaat die via LCMS beschikbaar waren. Een Commando Plaats Incident (CoPI), een opvallend rode container, biedt een vergaderruimte voor de betrokken hulpdiensten en is voorzien van communicatie- en ICT-apparatuur.

portret van Joeri Kerkhoff

Joeri Kerkhoff

portret van Bart Janissen

Bart Janissen

Wat ook goed heeft gewerkt, is de mobiele inzet van LCMS. Treurniet: ‘Dit maakt het mogelijk om via gps realtimecontact met teams op locatie te hebben en hun bewegingen te volgen. Je kunt ze eenvoudig extra opdrachten geven en omgekeerd kan een team makkelijk data plaatsen in het systeem.’ De veiligheidsregio zette drones in om te filmen, ook een noviteit. Kerkhoff: ‘Je bent de crisis toch vooral op papier aan het bestrijden, maar door de videobeelden kreeg je extra besef van de situatie. En dat was erg waardevol.’

Bovenregionale samenwerking

Kerkhoff: ‘Of een bovenregionale crisiscoördinatierol noodzakelijk zou zijn geweest? Lastig. Het ging allemaal heel snel, heel dynamisch. En de problemen speelden zich vooral lokaal af. Dan is regionale coördinatie voldoende. Ik zou ja zeggen wat ondersteuning met personeel en materieel betreft. Daar zou een bovenregionale crisiscoördinatie mogelijk goed zijn.’ Voor de veiligheidsregio was het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing een belangrijke partner, omdat hierlangs onder andere de contacten met de ministeries liepen. Een belangrijke bovenregionale partner voor het waterschap was Rijkswaterstaat. Janissen: ‘Vooral voor data over de Maas. Rijkswaterstaat heeft ook de contacten met België. Al die informatie hebben wij nodig om berekeningen te kunnen maken. Bijvoorbeeld prognoses, op welk moment is er welke waterafvoer.’

Willem Treurniet strategisch adviseur netcentrisch crisismanagement bij het IFV

Bart Janissen vakspecialist crisisbeheersing bij Waterschap Limburg

Joeri Kerkhoff specialist informatiemanagement binnen de veiligheidsregio Zuid-Limburg

OOK INTERESSANT VOOR U:

image

'Verdieping, preparatie, dialoog'

pagina onbeheersbaarheid natuurbranden

Onbeheersbaarheid natuurbranden neemt toe

pagina Kennishoek

Meer leren over klimaatverandering?


AANMELDEN:

Wilt u nieuwe edities van het Platform voor CrisisManagement per mail ontvangen? Meldt u zich dan aan!


DELEN:

deel deze pagina: