Onbeheersbaarheid natuurbranden neemt toe: is Nederland daar goed op voorbereid?

LEESTIJD: 7,5 MIN

‘In de media hoor je vaak dat door de klimaatverandering het aantal natuurbranden toeneemt. In werkelijkheid blijkt het aantal branden mondiaal juist af te nemen. Maar áls het brandt, gaat het vaker flink mis. De onbeheersbaarheid van natuurbranden neemt toe en de vraag is of Nederland daar goed op is voorbereid.’ Aan het woord is Jelmer Dam, Landelijk coördinator natuurbrandbeheersing bij IFV.

‘In Nederland hebben we tal van risico’s die weinig voorkomen maar wel een grote impact hebben goed geborgd. Denk maar aan kernongevallen die geborgd zijn in de Kernongevallenwet, pandemieën zijn geregeld in de Gezondheidswet en zo hebben we ook het Bouwbesluit en een Hoogwaterbeschermingsprogramma. Maar voor natuurbranden is er eigenlijk niets landelijk geregeld. Als brandweer, gemeente of provincie kunnen we niet sturen want er zijn geen eisen.’

Toenemende onbeheersbaarheid

‘We merken dat het weer in Nederland vaker extremen kent. Periodes van extreme droogte afgewisseld met extreme regenval. In de natte periodes groeit de vegetatie enorm en dat betekent dus meer ‘brandstof’ in droge periodes. Periodes van droogte maken de vegetatie erg kwetsbaar voor natuurbrand. Bovendien zien we in ‘normale’ periodes steeds vaker een lage relatieve luchtvochtigheid waardoor de kans op extreem brandgedrag toeneemt. We zullen er aan moeten wennen dat brand, net als wateroverlast, een deel van ons leven wordt.’

Jelmer Dam

‘Voor natuurbranden is er eigenlijk niets landelijk geregeld. Als brandweer, gemeente of provincie kunnen we niet sturen want er zijn geen eisen.’

Onvoldoende bewust van de impact

In Nederland is natuurbrand typisch een aangelegenheid van de brandweer, terwijl grootschalige natuurbranden niet te bestrijden zijn. Het enige waar we invloed op kunnen uitoefenen ligt in de preventieve hoek. Daarmee wordt het ook een crisismanagement- en communicatievraagstuk: wie gaat natuurbeheerders en campingeigenaren voorlichten en hoe zorgen we er voor dat we kunnen sturen door regelgeving? Dam: ‘Je ziet dat de grote natuurbranden in het buitenland gecontroleerd uitbranden. Ze worden niet bestreden maar gemanaged. De branden in Nederland beslaan weliswaar een veel kleiner oppervlakte, maar de impact is vele malen groter. Stel je voor dat op de Veluwe een grote brand uitbreekt. Verschillende campings, vaak met ondermaatse vluchtroutes, moeten ontruimd worden, hoogspanningsmasten worden aangetast waardoor een deel van Nederland zonder stroom komt te zitten, snelwegen worden meerdere dagen volledig afgesloten vanwege rookoverlast, treinverkeer stagneert omdat routes door het bos lopen. Grote gebieden moeten we gaan evacueren. Naast woonwijken staan we ook voor de vraag: Hoe gaan we dan de vele verzorgingshuizen met niet-zelfredzame mensen ontruimen? Bovendien is het gebied tot jaren na de brand niet meer als waterwingebied te gebruiken en is het in de nabije toekomst niet meer aantrekkelijk voor toerisme. De kans op maatschappelijke ontwrichting is enorm en de kans dat dat gebeurt is veel groter dan ontwrichting door wateroverlast, omdat wij traditioneel veel beter voorbereid zijn op wateroverlast. Bovendien komt een natuurbrand nooit alleen. Als het droog is, is het doorgaans in heel Nederland droog. Vele veiligheidsregio’s zullen hun potentieel nodig hebben binnen hun regio en zullen terughoudender bijstand bieden aan andere regio’s, zoals dat bijvoorbeeld wel kon bij de wateroverlast in Zuid-Limburg; toen was het aanbod vele malen groter dan de vraag.’

Foto: Brandweer Gelderland-Midden

‘De kans op maatschappelijke ontwrichting is enorm en de kans dat dat gebeurt is veel groter dan ontwrichting door wateroverlast, omdat wij traditioneel veel beter voorbereid zijn op wateroverlast.’

We redden het niet met meer materieel

Het merendeel van de natuurbranden in Nederland kan de brandweer prima bestrijden. Maar door veranderende weersomstandigheden zien we dat de branden steeds heviger worden. De hevigheid van een brand wordt aangeduid in 7 brandcategorieën. De enorme branden in de Verenigde Staten en Canada zitten vaak in categorie 6 of 7 en in Nederland hebben we steeds vaker te maken met categorie 2 of 3 branden. In vergelijking met die immense branden lijkt dat weinig, maar om een brand met een vuurlijn van 100 meter te blussen heb je in een categorie 3 brand al 60 brandweerauto’s nodig. Om die allemaal op korte termijn ter plaatse te krijgen, is een onmogelijkheid. Uitbreiding met bijvoorbeeld 5 auto’s lost dus het probleem niet op, door simpelweg een te hoge vuurlast. Daar zijn de branden te hevig voor. Die branden gaan we dus niet blussen, die moeten we gaan we managen. Omdat we de brand niet kunnen blussen, gaan we alles en iedereen voor die brand evacueren of weghalen: verzorgingstehuizen, woonwijken en het liefst de vegetatie met behulp van bulldozers of met vuur. Daar moeten we ook andere partijen dan de brandweer bij betrekken, zoals Defensie, politie, GHOR, natuurbeheerders, loonwerkers, waterschappen, KNMI. Daar is crisisbeheersing voor nodig.’

Infographic met cijfers over bosbranden in Nederland

Risicoperceptie

Crisisbeheersing op het gebied van natuurbrand staat in Nederland nog in de kinderschoenen. In het buitenland is er niet alleen bij de (natuur)brandweer veel meer kennis aanwezig, maar ook worden daar veel vaker preventieve maatregelingen afgedwongen. Ook het risicobewustzijn is daar veel groter. Uit onderzoek blijkt dat in sommige gedeeltes van Nederland ongeveer 80% van de mensen die dicht bij de zware industrie woont, zich bewust is van de risico’s en ook een handelingsperspectief hebben als het misgaat. Bij mensen die in de natuur wonen is maar 5% zich bewust van de risico’s van natuurbrand. Dam pleit dan ook voor een nationale aanpak gestoeld op preventie, repressie en educatie. ‘Wat betreft de repressie: aan de capaciteitskant kunnen we niet veel doen. Wel ontbreekt bij velen nog specialistische kennis, daar mag echt meer aandacht voor komen in de opleiding. Aan de preventiekant moet je denken aan het stimuleren van bepaalde begroeiing en het stimuleren van een gevarieerd landschap. En tenslotte moeten we landschapsbeheerders en mensen die verantwoordelijk zijn voor recreatieve voorzieningen en zorgcomplexen in natuurgebieden meenemen in bewustwording. Dat is een fikse taak.’

Complexe materie

De grote branden in 2020 hebben wel geholpen om het bewustzijn te verhogen. Er gebeurt steeds meer, maar wat ontbreekt is een nationale kapstok. Binnen de regio is het goed geregeld maar niet op nationaal niveau. Dat is ook een van de zaken die uit de Evaluatie Wet veiligheidsregio’s naar voren is gekomen. IFV pakt hier haar rol door bijvoorbeeld het vormgeven van bovenregionale slagkracht en het ontwikkelen van een ‘early warningsysteem’ met betrekking tot de droogte in de natuur op basis van satellietdata. ‘Onze taak is om deze complexe materie op de kaart te krijgen. We moeten het inzichtelijk maken en heel duidelijk vaststellen welke risico’s we accepteren en welke niet. Dat vraagt een groot maatschappelijk debat en een krachtige rol van de overheid. Want dat het een keer mis gaat is zeker. De vraag is alleen wanneer.’

Jelmer Dam, Landelijk coördinator natuurbrandbeheersing IFV

Lees meer over het specialisme natuurbrandbeheersing op de website van Brandweer Nederland

OOK INTERESSANT VOOR U:

pagina over hitte gesproken

Over hitte gesproken

pagina extreem weer

Voorbereiden op extreem weer

pagina netcentrisch samenwerken

Netcentrisch samenwerken


AANMELDEN:

Wilt u nieuwe edities van het Platform voor CrisisManagement per mail ontvangen? Meldt u zich dan aan!


DELEN:

deel deze pagina: