KNMI EN VEILIGHEIDSREGIO’S SLAAN HANDEN INEEN


Voorbereiden op extreem weer

LEESTIJD: 4 MIN

Zware buien, hevige stormen en langdurige droogte, eraan ontkomen gaat niet lukken. Er zit niets anders op dan dat Nederland zich hier goed op voorbereidt. Veiligheidsregio's, IFV en het KNMI onderzoeken hoe ze het beste kunnen samenwerken als het gaat om extreem weer en klimaatverandering. Astrid van Schaijk, specialist omgevingsveiligheid bij Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM), senior relatiemanager Paul Langeveld en klimatoloog Rob Sluijter, beiden van het KNMI, steken de koppen bij elkaar.

IFV bracht dit voorjaar de veiligheidsregio’s bijeen in een netwerk klimaatverandering. Het KNMI was als kennispartner uitgenodigd als gastspreker. Doel is om samen te verkennen welke opgaven er liggen op het gebied van klimaatverandering en wat er nog ontbreekt aan kennis. Volgens Van Schaijk is het netwerk een belangrijk initiatief. ‘ We praten al lang over klimaatverandering en toch is het voor ons als veiligheidsregio’s nog niet altijd duidelijk wat onze rol is en welke initiatieven we kunnen nemen. Voor het thema natuurbrand zijn we al wel goed op weg met de gebiedsgerichte aanpak. De veiligheidsregio neemt daarbij de rol om alle relevante partners met elkaar te verbinden om zo tot praktische maatregelen te komen om natuurbrandrisico’s te verkleinen. Deze aanpak zouden we wellicht ook voor andere klimaatthema’s kunnen gebruiken. Maar ik denk dat het ook belangrijk is dat we de maatregelen en verantwoordelijkheden in de toekomst meer juridisch borgen, zodat het minder vrijblijvend wordt. Het is belangrijk dat we alle partijen in beweging krijgen.’

Uit welke hoek waait de wind?

Het KNMI biedt de helpende hand. Sluijter: ‘Wat ik van de veiligheidsregio’s zou willen weten is: wat hebben jullie van ons nodig en hoe kunnen wij jullie zo goed mogelijk assisteren? Het KNMI kan bijvoorbeeld aangeven: er komt een droge periode aan en er is dus een risico op natuurbranden. Dan is het de vraag aan de veiligheidsregio’s welke informatie zij van ons nodig hebben.’ Sluijters ervaring is dat zij vooral behoefte hebben aan praktische informatie. Zoals uit welke hoek de wind komt. Want daarop baseert de veiligheidsregio haar aanpak van de crisissituatie.

Langeveld vat het aanbod als volgt samen: ‘Wat het KNMI kan bieden is drieledig: ten eerste kennis over trends, bijvoorbeeld over neerslag. Wordt het natter of droger op een plek. Verder leveren wij de klimaatscenario’s, dus informatie over klimaatveranderingen. En, tot slot, geven wij waarschuwingen voor extreem weer.’

Sluijter vult aan: ‘Tegen veiligheidsregio’s roep ik al jaren dat er veel zwaardere buien aankomen. Maar ik begrijp ook heel goed dat het voor veiligheidsregio’s lastig is zich een voorstelling te maken van de consequenties hiervan. Want, wat is de impact van een wind van 100 km per uur? De valwind in Leersum op 18 juni 2021 maakt het opeens zichtbaar (zie radarbeeld valwind Leersum). Zo’n concreet voorbeeld helpt om die impact visueel te maken.’

Rob Sluijter

‘Wat ik van de veiligheidsregio’s zou willen weten is: wat hebben jullie van ons nodig en hoe kunnen wij jullie zo goed mogelijk assisteren?’


Zoekend naar rol

Actie is nodig op het thema klimaatverandering, tot die conclusie kwam de VGGM al enige tijd geleden. Ze nam het recente initiatief om met enkele andere veiligheidsregio’s hierover in gesprek te gaan. Ook werkt de VGGM aan een klimaatwijzer, met informatie over wat je preventief kunt doen bij bijvoorbeeld natuurbranden en wateroverlast. Graag zou Van Schaijk zien dat dit landelijk wordt opgepakt. ‘In het algemeen zijn veiligheidsregio’s nog erg op zoek naar hun rol op het thema klimaatadaptatie. Zelf ben ik voor meer coördinatie bij het vaststellen van plannen voor de ruimtelijke omgeving. Zodat we mogelijke problemen vroegtijdig kunnen signaleren en zo ook bewustwording kunnen creëren. Ook zouden we met alle veiligheidsregio’s gezamenlijk tot standaardmaatregelen kunnen komen. De Handreiking Bouwstenen fysieke veiligheid voor het omgevingsplan en de landelijke Toolbox natuurbrandbeheersing zijn daar al mooie voorbeelden van.

Slimmer waarschuwen

Bij het oppakken van hun rol in klimaatveranderingen, kunnen de veiligheidsregio’s dus op het KNMI rekenen. En de komende jaren wordt dat aanbod alleen maar slimmer. ‘We kunnen steeds meer’, zegt Sluijter ‘Vroeger én gedetailleerder waarschuwen. Bij het noodweer dat Leersum trof, gold voor de hele provincie Utrecht code oranje. We gaan er naartoe dat we lokaal kunnen waarschuwen, zo van: over een halfuur of drie kwartier komt er gevaarlijk weer op jullie af. Onze stip op de horizon, ons doel, is het Early Warning Center (EWC). Voor wat betreft weerwaarschuwingen zullen we veranderingen zien op 5 thema’s: ruimtelijk gedetailleerd, early (eerder en op tijd), meer advisering/duiding door de ‘forecaster ‘aan de afnemer, impact en handelingsperspectief centraal en gebruik makend van moderne communicatiemiddelen zoals apps. Het is de bedoeling dat onze informatie bijvoorbeeld via een digitaal veiligheidsinformatieknooppunt bij de veiligheidsregio’s terechtkomt. Een veiligheidsregio geeft zelf aan in welke informatie van ons ze geïnteresseerd is. Bij een alarm in het systeem kan de regio contact opnemen via het EWC: ‘ik zie dat er morgen onweer aankomt, wij hebben hier een groot buitenevenement.’ Dan kan een veiligheidsregio met ons in gesprek gaan over de impact en over hun handelingsperspectief. Dat is de ene kant van het EWC, de korte termijn met het beheersen van veiligheidsrisico’s. Daarnaast is er ook informatie over de klimaatveranderingen op de lange termijn. En dan zit je in de hoek van de klimaatscenario’s, stresstesten en adaptatie in de ruimtelijke ordening. Dat is informatie waarop veiligheidsregio’s hun preventieve acties kunnen baseren.’

Van Schaijk: ‘Het praktische handelingsperspectief is voor ons belangrijk. Want dat ontbreekt nu vaak nog. Neem bijvoorbeeld een natuurbrand in de buurt van een groot pretpark. Weet je je handelingsperspectief, dan weet je wat je moet communiceren. Het valt en staat ook met de voorbereiding. Je moet hierover vooraf nadenken, er moeten plannen klaarliggen. Wat doe je met de vele bezoekers? Hoe regel je de verkeersstromen? Wat zet je in een NL-Alert? Nu waren inwoners bij de evacuaties van Herkenbosch (Limburg-Noord) tijdens de natuurbrand belangrijke zaken vergeten en moesten ze terug het gebied in.’

Astrid van Schaijk

Fotograaf: Annemiek Kool

‘Wij zien de bui aankomen, soms 10 minuten, soms 1 uur van tevoren. Hoe we vervolgens omgaan met de informatie over impact en handelingsperspectief, daar moeten we samen met de veiligheidsregio’s een passend antwoord op zoeken.’


Sluijter: ‘We leren ook van elkaar. Samenwerken is heel belangrijk. Als we naar die stip op de horizon willen, moet er nog veel gebeuren. Zowel het extreme weer in Leersum als in Zuid-Limburg zagen we aankomen. De vraag is vervolgens: wat kun je als KNMI met deze informatie en wat is de doorvertaling naar de mensen die er wat mee moeten? Op dit punt valt nog veel winst te behalen. Wij zien de bui aankomen, soms 10 minuten, soms 1 uur van tevoren. Hoe we vervolgens omgaan met de informatie over impact en handelingsperspectief, daar moeten we samen met de veiligheidsregio’s een passend antwoord op zoeken.’

Goede voorbeelden

Voor Sluijter is het duidelijk: voor hem is Groot-Brittannië een goed voorbeeld. Op het gebied van informatieoverdracht en waarschuwingen, is dat land een flinke stap verder. Zo is een medewerker van de weerdienst ‘embedded’ bij elke Britse veiligheidsregio en vormt daarmee de liaison tussen weerdienst en veiligheidsregio.

Van Schaijk: ‘Voor natuurbranden is het Firewise programma uit de USA een goed voorbeeld. In Nederland hebben we deze manier van samenwerken deels overgenomen in de gebiedsgerichte aanpak natuurbranden. Het is goed als we vaker over onze eigen grenzen heen kijken naar andere regio’s en buitenland en meer met elkaar samenwerken.’ Goede voorbeelden worden ook gedeeld op het klimaatsymposium dat het KNMI en IFV op 4 november 2021 organiseren. ‘Voor ons is dit een manier om nog een keer voor het voetlicht te brengen wat het KNMI voor veiligheidsregio’s kan doen’, zegt Langeveld. ‘Maar ook om te horen waaraan veiligheidsregio’s behoefte hebben.’

‘Inderdaad’, knikt Van Schaijk, ‘kennis en ideeën delen, en wat je hiermee kunt. Het symposium is belangrijk om de regio’s op weg te helpen.’

Paul Langeveld

Dit radarbeeld toont een klassieke weergave van Nederland (wegennet A-wegen). Alle buien zijn voorzien van een gekleurde (geel/oranje/rood) polygoon.

Dit radarbeeld toont een klassieke weergave van Nederland (wegennet A-wegen). Alle buien zijn voorzien van een gekleurde (geel/oranje/rood) polygoon. Uit radarinformatie wordt met een algoritme afgeleid of de bui geel/oranje/rood-waardig is (in dit geval op het criterium grootte hagel). Er kan worden uitgerekend over welk gebied de bui het komende uur zal trekken (De polygoon). Op deze manier wordt het mogelijk om (met een leadtime van 0 tot ca 60 min) aan te geven waar extreem weer (zomerse zware buien) zich zal gaan voordoen. Het is ook mogelijk om van een waarschuwing per provincie op te schalen naar een afzonderlijke bui.

Bron: KNMI

Fotograaf Roderik Rotting

Astrid van Schaijk, specialist omgevingsveiligheid van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

Paul Langeveld, senior relatiemanager KNMI

Rob Sluijter, klimatoloog KNMI

OOK INTERESSANT VOOR U:

pagina klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie vereist duurzame verbindingen

pagina onbeheersbaarheid natuurbranden

Onbeheersbaarheid natuurbranden neemt toe

pagina over hitte gesproken

Over hitte gesproken


AANMELDEN:

Wilt u nieuwe edities van het Platform voor CrisisManagement per mail ontvangen? Meldt u zich dan aan!


DELEN:

deel deze pagina: