5 VRAGEN AAN...


Mariken Leurs

1.

Wat valt u op als het gaat om de mentale weerbaarheid van hulpverleners tijdens de coronapandemie?

‘Wij hebben hiernaar zelf geen direct onderzoek gedaan, maar in algemene zin zien we dat de mentale impact van de pandemie groter lijkt te zijn op de jongvolwassenen dan bij de ouderen. Een aantal geüniformeerde diensten (zoals bijvoorbeeld de politie en Defensie) heeft al een goed ingerichte opvang- en nazorgstructuur. Dan is de organisatie beter voorbereid op het omgaan met de impact van ingrijpende gebeurtenissen voor medewerkers. Dat geldt vooral voor die organisaties die een centrale besturing hebben waarbij structureel geïnvesteerd is in meerjarenbeleid en instrumenten voor duurzame inzetbaarheid en goed werkgeverschap.

Wat we terug horen – en ook zien in de media – is dat hulpverleners van de ene kant wel meer met rellen en corona gerelateerde agressie te maken kregen, maar van de andere kant minder met reguliere incidenten, zoals dodelijke ongelukken op de weg, onrust tijdens festivals, oudejaarsrellen en coronaprotesten.

Bovendien is het tekort aan personeel een uitdaging voor deze diensten, aangezien het de steunende werking van teams onder druk zet. Werkdruk, het inzetten van minder getrainde medewerkers en het samenstellen van nieuwe teams maakt dat de geüniformeerden minder steun aan elkaar kunnen hebben en daardoor gevoeliger worden voor de effecten van ingrijpende gebeurtenissen. Een ander belangrijk aspect is erkening. Veel hulpverleners hebben een grote bevlogenheid dankzij de mooie maatschappelijke rol die ze vervullen. Deze bevlogenheid kan afnemen of worden ondermijnd door toenemende kritiek op hun professionele rol. Zeker in de fase van de crises waarin we ons nu bevinden, waarbij vertrouwen in de overheid zeer sterk onder druk staat.’

Portretfoto Mariken Leurs

Mariken Leurs


Centrumhoofd gezondheid en maatschappij, hoofd corona gedragsunit bij het RIVM

Fotografe: Jildiz Kaptein

‘Ook voor hulpverleners duurt dit inmiddels heel lang. Zo lang “aan” moeten staan vraagt veel van een mens, zeker als het eindpunt blijft verschuiven.’

2.

Wat zijn de verschillen met andere pandemieën, crises en gedrag?

‘We hebben inmiddels al twee jaar te maken met een crisis die lang aanhoudt en niet beperkt is gebleven tot een locatie of een regio, maar de hele wereld treft. Wat betreft omvang en duur hebben wij vrijwel geen vergelijkingsmateriaal. Het is nu niet een ‘big bang’ zoals destijds bij de vuurwerkramp in Enschede, waarbij eerst sprake was van acute hulpverlening en vervolgens nazorg en wederopbouw in één wijk. Of de watersnoodramp van 1953. De impact van die rampen was groot, voor de mensen die er woonden, hun nabestaanden, én voor de mensen die ter plaatse aan de slag moesten als hulpverlener. Deze coronapandemie is een crisis die met golfbewegingen met meer en minder zieken en overlijdens en meer en minder beperkende maatregelen ons al twee jaar in haar greep houdt.

En waarbij het perspectief er niet altijd is. In het begin dachten we nog: even een paar maanden en in de zomer van 2020 pakken we allemaal ons gewone leven weer op. Maar niets is minder waar gebleken. Ook voor hulpverleners duurt dit inmiddels heel lang. Zo lang ‘aan’ moeten staan vraagt veel van een mens, zeker als het eindpunt blijft verschuiven. Nog een verschil met een kortdurende, lokale crisis is dat hulpverleners na hun dienst vaak naar huis kunnen gaan waar alles weer een beetje ‘normaal’ is. Maar in deze pandemie is corona overal waardoor hulpverleners ook in hun vrije tijd met beperkingen te maken hebben gekregen. De impact is nu dubbel zo groot.’

3.

Wat is er volgens u nodig om hulpverleners preventief weerbaarder te maken in tijden van crisis?

‘Werken aan je gezondheid en weerbaarheid tijdens een crisis is sowieso een uitdaging, maar wel een heel belangrijke. Het is natuurlijk van belang om ervoor te zorgen dat hulpverleners bij aanvang van een crisis er al zo goed mogelijk voorstaan. Het RIVM heeft in 2021 in kaart gebracht welke factoren van invloed zijn op psychosociale arbeidsbelasting. Daarbij is het dan essentieel om te kijken naar de factoren waar je aan kunt werken zoals het bevorderen van goede ‘copingvaardigheden’, sport en bewegen en slaap. Te weinig slaap of te weinig bewegen heeft negatieve impact op de psychosociale arbeidsbelasting. Ernst Kuipers hield niet voor niets de fitnessruimte in zijn ziekenhuis open voor personeel toen vanwege de lockdown alle private fitnesscentra gesloten moesten worden.

Sociale steun van zowel leidinggevenden en collega’s is belangrijk, maar denk daarnaast ook aan het inrichten van een goed opvangsysteem voor hulpverleners die met specifieke hulpvragen zitten. In een aantal sectoren lijkt dit al goed geregeld. Tijdens een crisis is wellicht extra aandacht nodig om bijvoorbeeld toegang tot bedrijfsmaatschappelijk werkers en psychologen zo laagdrempelig mogelijk te maken. Zodat hulpverleners met stressklachten weer snel aan de slag kunnen mochten ze door de aanhoudende stress (dreigen) uit te vallen. Een dergelijk opvangsysteem is sowieso een gezond idee, ook buiten tijden van crisis.’

4.

Hoe kan het RIVM bijdragen aan de gezondheid en vitaliteit van de hulpverlening?

‘Natuurlijk proberen we als RIVM zo goed mogelijk bij te dragen aan de gezondheid en vitaliteit van Nederland door onze kennis en kunde in te zetten voor de pandemiebestrijding. Dat doen we niet alleen met de inzet van medisch virologische expertise maar ook met het verzamelen van inzichten in gedrag en impact op de gezondheid. Op loketgezondleven.nl hebben we informatie verzameld over tal van verschillende interventiemogelijkheden waar gemeenten of organisaties aan de slag kunnen. Specifiek voor zorgen die samenhangen met de huidige pandemie hebben we de website steunpuntcoronazorgen.nl opgezet.

Deze website bevat aparte pagina’s met informatie voor hulpverleners die werken in de zorg. Hiervoor werken we samen met ARQ, het nationaal psychotrauma centrum. We hebben ook geleerd dat veel organisaties creativiteit aan de dag hebben gelegd om binnen de geldende maatregelen zo goed mogelijk aan hun doelen te kunnen werken. Deze hebben we opgetekend in praktijkverhalen, zie het als een inspiratiebron.’

‘Extra capaciteit en ondersteuning gericht op mentale weerbaarheid van hulpverleners op termijn, kan bijdragen aan het aantrekkelijk houden van het vak.’

5.

Als u een pleidooi mag houden voor het nieuwe kabinet: waar zou de aandacht naar uit moeten gaan?

‘De impact op de mentale gezondheid van de pandemie is groot, dat staat inmiddels buiten kijf. Met name voor jongeren en jongvolwassenen. Maar er zijn meer groepen die zwaar geraakt worden. De groep hulpverleners die nu al 2 jaar extra “aan” moet staan, is er daar een van. Politiek en samenleving vragen steeds meer van hulpverleners onder complexe omstandigheden.

Extra capaciteit en ondersteuning gericht op mentale weerbaarheid van hulpverleners op termijn, kan bijdragen aan het aantrekkelijk houden van het vak. Voor nieuw talent en voor professionals die hun vak duurzaam kunnen én willen blijven uitoefenen. De publieke zaak is daarbij zeer gebaat, sterker nog, kan niet zonder. Hier is geen quick-fix.’

Aan het beantwoorden van deze vragen is input geleverd door medewerkers van RIVM en van ARQ, het nationaal psychotrauma centrum.

OOK INTERESSANT VOOR U:

image

Van hulpverleners blijf je af!

image

Innovatie zit vooral in samenwerken en slimmer organiseren

image

Kennishoek


AANMELDEN:

Wilt u nieuwe edities van het Platform voor CrisisManagement per mail ontvangen? Meldt u zich dan aan!


DELEN:

deel deze pagina: