Bam!

LEESTIJD: 3,5 MIN

Bam! Een harde knal, gevolgd door nog een aantal knallen, gevolgd door geschreeuw. Geschreeuw dat ik nooit zal vergeten. Het geluid zit gevangen in mij. Het is Koninginnedag 2009, de aanslag in Apeldoorn.

Wat daar gebeurd is, hoef ik niet te vertellen. Dat is wel bekend. Op die bewuste dag was ik daar werkzaam als biker van de Marechaussee om de politie te ondersteunen en stond naast de auto waar de dader in zat. Ik trad op als first responder. De heftige beelden brandden nog jarenlang op mijn netvlies.

Niet alleen de aanslag tijdens Koninginnedag in 2009 had grote impact op mij, maar ook alle incidenten in de jaren die volgden: de crash van Turkisch Airlines, de Schipholbrand, de vermeende kaping op Schiphol in 2019, de bommelding op Schiphol in 2020, en tal van andere grotere en kleinere incidenten. Wat daarna met mij gebeurde? Ik leefde in angst, had herbelevingen en begon mezelf te verliezen. Ik was 31 toen ik PTSS bleek te hebben.

Portretfoto Renaldo Ishaak

Renaldo Ishaak

De emmer stroomde over

Toegegeven, dat kwam niet alleen door de stress die ik ondervond in uniform. Mijn jeugd stond in het teken van geweld - extreem veel geweld - diefstallen, drugs en bedreigingen. Ik sliep met mijn ogen open, vroeg me elke dag op de middelbare school af: ‘Als ik straks thuiskom, hoop ik dat mijn moeder nog leeft’. Al deze gebeurtenissen heb ik ver weggestopt.

Dat lukte, totdat de emmer vol was. Of eigenlijk, hij stroomde over. Ik was mezelf verloren, was er niet voor mijn partner en deed niks anders dan werken. Een posttraumatische stressstoornis dus. Ik hou niet van het label dat aan mij kleeft. Ik noem het liever mentale gezondheidsproblemen.

'Ik hou niet van het label dat aan mij kleeft. Ik noem het liever mentale gezondheidsproblemen.'

Herkenning

Ik ben mijn verhaal gaan delen op de nationale televisie, in verschillende podcasts, via sociale media, in verschillende bladen en uiteindelijk in mijn boek First Responder. Ik kwam erachter dat ik niet alleen was. Honderden collega-hulpverleners benaderden mij: ‘Ik herken mijzelf in jouw verhaal’, ‘Ik zag mezelf daar in die talkshow zitten’, en ‘Mijn partner zag jouw interview en begrijpt eindelijk wat ik doormaak’. Deze verbondenheid heeft mij gemotiveerd om hier meer mee te doen. Binnen de Koninklijke Marechaussee ben ik een platform gestart genaamd ‘Blue Support’ en daarnaast voor heel Defensie een platform waar militairen hun eigen verhalen delen, genaamd KNAK.

In het uniform zit een mens, die partner, vader, moeder, zoon of dochter is. Elke dag doe ik het uniform weer aan. Het geeft mij kracht. Ik kan vechten tegen het onrecht dat mij in mijn jeugd is overkomen. Maar als het uniform uitgaat ben ik dus weer mens. Niemand weet wat ik dan doe of doormaak, of weet van de helse pijnen in mijn hoofd die moeilijk met woorden te omschrijven zijn. Er was zelfs een moment dat ik het leven niet meer zag zitten. Niemand zag dat, niemand wist dat.

Praat met elkaar, niet over elkaar

Eén op de vier mensen heeft mentale gezondheidsproblemen. Wist jij dat? Ken jij je collega echt? Wat mij blijft verbazen is dat wij in een cultuur leven waar wij het fijn vinden om over anderen te praten. Mijn advies: praat met elkaar, niet over elkaar. Vraag waar gedrag vandaan komt. Zwakke schakels in een team bestaan niet. Het team is sterk. Help anderen in jouw team sterker te worden. Deze punten ben ik gaan inzien en neem ik nu mee in mijn rol als teamleider.


'Zwakke schakels in een team bestaan niet. Het team is sterk. Help anderen in jouw team sterker te worden.'

Hoe kunnen we mentale klachten voorkomen?

Eén ding weet ik zeker: voorkomen gaat niet lukken. Maar misschien heeft iemand wel iets aan mijn adviezen:

  1. Train met een stresscomponent. Zorg er daarbij wel voor dat je altijd een succesvolle afronding hebt van het scenario, zodat je hersenen het opslaan als een positieve ervaring. Dat neem je mee als je eenzelfde situatie meemaakt in de praktijk.
  2. Houd elkaar in de gaten, kijk naar gedragsveranderingen en maak het bespreekbaar.
  3. Zorg voor een periode waarin de adrenaline en stress kunnen afbouwen. Ga dus niet na een heftig incident direct door naar een volgend heftig incident.
  4. Slechtnieuwsgesprekken moeten niet gevoerd worden door de first responders die in het heetst van de strijd hebben moeten handelen.

Ik ben OK, maar niet OK!

Ik kende een zware periode, maar het gaat gelukkig steeds beter. Toch denkt een aantal collega’s dat ik gevaarlijk ben. Zij zien mij liever niet meer operationeel werken. Ik vind het bijzonder dat deze collega’s dat niet rechtstreeks tegen mij durven te zeggen, ik hoor het in de wandelgangen. Moet ik dan mijn uniform weghangen, dat uniform waar ik kracht uit haal en waarin ik mijzelf goed voel?

Ik ben hier sterker uitgekomen. Ik voel het aankomen als ik weer een mindere periode tegemoet ga. Ik ben niet bang om weer in een heftig incident terecht te komen, want ik heb geleerd hoe ik mezelf daarna moet herpakken. Dit zie ik als zelfleiderschap. Ik ben OK, maar niet OK!

Renaldo Ishaak Tweede teamleider bij de Koninklijke Marechaussee.

Zijn primaire werkgebied is Amsterdam Airport Schiphol. Tijdens de aanslag op Koninginnedag 2009 was hij als een van de eersten ter plaatse, een moment dat jaren later nog altijd een grote impact op hem heeft. Nadat hij te horen kreeg dat hij PTSS had schreef hij zijn boek First Responder over de mens achter het uniform. Hij verschijnt regelmatig in de media en is één van de intiatiefnemers van Bluesupport en KNAK, waarin de impact van het werk bespreekbaar wordt gemaakt.


deel deze pagina: