Mentale weerbaarheid: emoties verwerken maakt je sterker

LEESTIJD: 7,5 MIN

Jo van Hoef, adviseur Lerend Vermogen bij de brandweer Brabant-Zuidoost, werkt ruim 35 jaar bij de brandweer. De afgelopen 20 jaar heeft hij zich intensief bezig gehouden met opvang en nazorg van collega’s in het Team Collegiale Opvang (TCO, voorheen Brandweer Opvang Team). Sinds 1 jaar is hij voorzitter van de landelijke vakgroep Nazorg eigen personeel. Met opleidingen op het gebied van psychotrauma, Neurolinguïstisch Programmeren en coaching bekijkt hij vanuit verschillende invalshoeken hoe de brandweer haar medewerkers kan ondersteunen na een ingrijpend incident of een crisis.

Wanneer je werkt bij de brandweer krijg je te maken met ingrijpende gebeurtenissen. Dat hoort erbij en daar leer je mee omgaan. Maar soms zijn gebeurtenissen zo ingrijpend dat je er last van kunt krijgen. Helaas wordt dat niet altijd onderkend. Jo van Hoef: ‘Vroeger werd er bij de brandweer vaak gezegd: ‘Janken doe je maar in je kussen’. Je mocht vooral geen emoties tonen en laten zien dat een situatie je aangrijpt. Nazorg was dan ook niet nodig. En die cultuur heerst er nog wel een klein beetje, vooral bij de oudere garde. Binnen zo’n cultuur zullen de mensen die het wel nodig hebben zich ook niet snel melden. Gelukkig is het wel aan het veranderen. De jongere generatie accepteert het makkelijker dat emotionele en mentale belasting erbij hoort en dat je er over mag praten.‘

‘Vroeger werd er bij de brandweer vaak gezegd: Janken doe je maar in je kussen. Je mocht vooral geen emoties tonen en laten zien dat een situatie je aangrijpt.’


Simpele vraag

Verandering heeft te maken met cultuur, maar ook met training van de mentale weerbaarheid en leren om de gesprekken te voeren. Dat laatste kan ook heel laagdrempeling. We geven de mensen mee om gewoon de vraag te stellen: ‘Hoe gaat het nu met je?’ Heel simpel maar doeltreffend. Een andere tip aan bevelvoerders en officieren is om te vragen: ‘Welke foto neem je mee van het incident?’ Op deze manier praten de mensen makkelijker over het incident omdat het dan in eerste instantie niet te dichtbij komt. Het is een ingang waardoor je sneller diepere vragen kunt stellen.’

Jo van Hoef

Herculesramp

‘De Herculesramp (1996), waarbij een vliegtuig neerstortte en 37 mensen om het leven kwamen, opende ons wel de ogen. Deze ramp had een grote impact op onze brandweermensen waardoor er allerlei initiatieven ontstonden op het gebied van nazorg binnen de brandweer. Ik heb toen een opleiding Psychotrauma gevolgd en we zijn gestart met een opvangteam van 10 mensen. De bedrijfsarts keek over onze schouder mee. Tegelijkertijd zag je bij andere regio’s ook allerlei initiatieven ontstaan. Vanuit de behoefte om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen is ruim 10 jaar geleden de landelijke vakgroep Nazorg opgericht. Binnen deze vakgroep werd vooral gesproken over protocollen, scholing, mandaat en over hoe je nazorg kunt organiseren. Een belangrijke vraag was bijvoorbeeld of je alleen nazorg aanbiedt als erom gevraagd werd of dat je in bepaalde gevallen standaard zelf contact zoekt.’

De regel van 7

De vakgroep heeft meegewerkt aan de Gids voor nazorg van geüniformeerden en daarmee aan de regel van 7. Jo van Hoef: ‘De regel van 7 is een typering van incidenten die mogelijk schokkend of traumatisch kunnen zijn en waarbij je dus kunt verwachten dat mensen nazorg nodig kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan ongevallen met collega’s of waar kinderen bij betrokken zijn. In die gevallen hebben wij in onze regio met de meldkamer geregeld dat er een extra attendering komt en dat de leidinggevende ter plaatse gevraagd wordt of er behoefte is aan nazorg. Dat werkt meestal heel goed, alhoewel je de impact nooit helemaal kunt voorspellen. Soms is het incident op zich niet zo schokkend, maar is het emmertje van de persoon al aardig vol door bijvoorbeeld privéomstandigheden, waardoor de impact toch heel groot kan zijn. Maar in principe werken we altijd vraaggestuurd en komen we niet op eigen initiatief langs, want dat kan averechts werken. En vertrouwen krijgen is juist heel belangrijk, dat moet je niet schaden.’

‘De regel van 7 is een typering van incidenten die mogelijk schokkend of traumatisch kunnen zijn en waarbij je dus kunt verwachten dat mensen nazorg nodig kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan ongevallen met collega’s of waar kinderen bij betrokken zijn.’


Do’s en dont’s

‘Om dat vertrouwen niet te schaden moet je vooral ook empathisch luisteren naar wat er wél en vooral ook naar wat er niet gezegd wordt. Verder is het belangrijk om niet de zorg en het verdriet over te nemen van de ander. Mensen hebben over het algemeen genoeg veerkracht om het zelf te verwerken. Wij ondersteunen waar nodig maar laten het bij de ander. Wij begeleiden ze en geven tips en handvatten zodat ze hun eigen proces op kunnen pakken. Het is belangrijk om het bij de ander te laten, anders maak je hen tot slachtoffer. Het is zijn of haar verwerkingsproces en als dat goed verloopt dan ben je door het verwerken van je emoties sterker geworden.

We hebben ooit een tijd gehad dat we bij nazorg dachten dat we mensen terug moesten brengen in hun emotie, in de situatie. Als we dan maar tranen zagen dan dachten we: O we zijn goed bezig. Daar zijn we ook vanaf gestapt. Je moet geen mensen traumatiseren. Je stipt het aan zodat je een beeld krijgt waar het over gaat. Om vervolgens te kijken wat nodig is om in de toekomst verder te kunnen.’

Nazorg bij crisis

Na 10 jaar heeft Jo van Hoef het voorzitterschap van de landelijke vakgroep Nazorg overgenomen van Dirk de Vries. In de komende periode wil de vakgroep zich vooral richten op nazorg bij een crisis. Jo van Hoef: ‘We hebben het regionaal best goed geregeld, maar wat als er landelijk een ramp of een crisis komt en er opeens een groot beroep op nazorg wordt gedaan. Dat kunnen we binnen de regio niet aan. Dan zullen we een beroep moeten doen op externe partijen als bijvoorbeeld ARQ IPV (het nationaal psychotrauma centrum) of het Steunpunt Brandweer van Defensie. Daar hebben we nu ook al contact mee en sommige regio’s besteden de nazorg nu ook al uit aan het steunpunt. Het zou mooi zijn als we samen met de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) een visie op kunnen stellen en afspraken vast kunnen leggen. Mensen zeggen vaak: We lossen het wel ter plaatse op. Daar maak ik me wel zorgen over. Want bij een grote crisis zullen ook andere hulpdiensten een groter beroep doen op nazorg. En als je het dan nog moet regelen, dan ben je te laat.’

Jo van Hoef, Is adviseur Lerend Vermogen bij de brandweer in de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost en voorzitter van de landelijke vakgroep Nazorg. Hij is ruim 35 jaar werkzaam bij de brandweer en is onder andere brandweercommandant geweest. Van Hoef kent als geen ander het brandweervak en houdt zich al ruim 20 jaar intensief bezig met opvang en nazorg van collega’s in het Team Collegiale Opvang (TCO, voorheen Brandweer Opvang Team). Hij volgde diverse opleidingen op het gebied van psychotrauma, is live- en mental coach en trainer Neuro Linguïstisch Programmeren. Hij bekijkt vanuit verschillende kanten wat de medewerkers nodig hebben en hoe de brandweer hen het beste kan ondersteunen.

OOK INTERESSANT VOOR U:

image

PTSS los je niet op met een kopje thee

image

Besteed duurzaam aandacht aan mentale weerbaarheid

image

Over een onzekere toekomst en een ongeluk in een klein hoekje


AANMELDEN:

Wilt u nieuwe edities van het Platform voor CrisisManagement per mail ontvangen? Meldt u zich dan aan!


DELEN:

deel deze pagina: